1. Home /
  2. Over ons /
  3. CACEIS Insights /
  4. Pensioencommunicatie aan de keukentafel...

Pensioencommunicatie aan de keukentafel

Pensioenfondsen geven aan dat zij hun eigen manieren van informatieverstrekking aan deelnemers effectiever vinden dan de wettelijk voorgeschreven bronnen, zoals de Pensioen 1-2-3 en het standaard UPO overzicht. Het is tijd voor een goed gesprek aan de keukentafel.

18 feb 2020

Deel op  

Door Rob Spil (Senior Business Consultant, CACEIS)

Pensioencommunicatie ligt natuurlijk aan de basis van een goede band met de deelnemer. Het is weliswaar tekenend dat de deelnemers pas als laatste aan het woord komen in de ‘evaluatie Wet Pensioencommunicatie’. Toch is de uitkomst goed nieuws. Pensioenfondsen krijgen van minister Koolmees meer vrijheid om de pensioencommunicatie zelf in te richten. Dat is belangrijk: een fonds dat wil overleven in de consolidatieslag, moet de communicatie die wezenlijk is voor de aard van het fonds naar eigen ideeën kunnen uitvoeren.


Deelnemer 1-2-3
Communicatiespecialisten kunnen daarbij leren van de ontwikkelingen in de ‘behavioral finance’. Daar is men als eerste gaan inzien dat mensen zich irrationeel gedragen bij het maken van financiële beslissingen. Pensioenfondsen onderkennen dat ook en proberen hun deelnemers zo goed mogelijk (beter) voor te bereiden op hun toekomstige pensioensituatie. Dat is helemaal niet zo eenvoudig, dat lees je weer terug in dezelfde evaluatie.
“Ongeveer een derde van de deelnemers geeft expliciet aan niet te weten wanneer zij met pensioen kunnen gaan en hoeveel zij ongeveer kunnen verwachten.”


Misschien moeten we het over een andere boeg gooien en luisteren naar Meir Statman. Hij heeft het over de tweede generatie ‘behavioral finance’ en hij beschouwt mensen niet als rationeel of irrationeel, maar als normaal. Vrij vertaald, wij mensen, willen eigenlijk allemaal hetzelfde:

  • financiële zekerheid
  • zorgen voor onze kinderen en familie
  • trouw blijven aan onze waarden
  • maatschappelijke status
  • erbij horen (‘inclusion’) en respect
  • eerlijkheid (‘fairness’)

De exacte wensenlijst varieert natuurlijk al naar gelang de persoonlijke situatie zoals leeftijd, opleiding, politieke overtuiging en cultuur. Daarom is het zo vanzelfsprekend dat de ‘behavioral finance’ de pijlen richt op de gezins- en/of familieleden als de eerste verdedigingslijn tegen beleggingsfouten van hun cliënten.

Netspar onderzoekt regelmatig hoe belangrijk de familie is voor de deelnemer als het gaat om pensioenbeslissingen. Zo blijkt bijvoorbeeld dat Nederlandse deelnemers graag met de warme hand geld nalaten aan hun geliefden. Dat is niet alleen van belang voor de deelnemer zelf, want hij/zij moet daarvoor (pensioen)sparen. Maar natuurlijk ook voor de achterblijvers, want de jongere generatie kan min of meer op legaten vertrouwen voor hun oudedagsvoorziening. Deelnemers beseffen deze waarde van de warme hand. Of zoals Statman dat zelf zegt: “…when parents give to children, all smile. When children give to parents, all cry”.

Hier nog een ander sterk staaltje van hoe groot de rol is van de keukentafel voor de persoonlijke pensioenplanning. Wist u bijvoorbeeld dat deelnemers met een zgn. ‘pulling’ partner (d.i. een partner die wil dat de deelnemer eerder met pensioen gaat) ook daadwerkelijk eerder met pensioen gaan. Eerder dan de deelnemers met een partner die liever heeft dat de deelnemer langer blijft doorwerken?

Hoe je dan als pensioenfonds het gezin of de familie van de deelnemer betrekt in de pensioencommunicatie, dat lijkt mij helemaal niet zo eenvoudig. Misschien kunnen pensioenfondsen voortborduren op een recent experiment van ABP/APG. Zij begrijpen dat deelnemers emotionele stress krijgen bij het maken van pensioenkeuzes. Kortom, welk tweede generatie pensioenfonds zet naast de deelnemer óók zijn directe familie onder de MRI-scanner, om te onderzoeken welke communicatie leidt tot positieve gevoelens bij de familie?